Nieuws & Blog

Equipment profitability: waarom een hoge bezettingsgraad niet automatisch rendement betekent

Equipment profitability van twee machines met dezelfde bezettingsgraad

Een machine die veel wordt ingezet, lijkt al snel winstgevend.

Toch vertelt de bezettingsgraad maar een deel van het verhaal. Twee machines kunnen allebei 75 procent van de beschikbare tijd worden verhuurd en financieel totaal verschillend presteren.

De ene machine draait betrouwbaar, vraagt weinig onderhoud en wordt ingezet onder gezonde contractvoorwaarden. De andere heeft vaker storingen, veroorzaakt extra transportbewegingen en verbruikt relatief veel onderdelen.

De bezettingsgraad is gelijk. Het rendement niet.

Wat is equipment profitability?

Equipment profitability is het werkelijke financiële rendement van een individuele machine, machinegroep of vloot.

Daarbij wordt niet alleen gekeken naar verhuur- of verkoopomzet. Ook de kosten die nodig zijn om de machine beschikbaar, inzetbaar en waardevol te houden, tellen mee. Denk aan onderhoud en reparaties, onderdelen, transport, stilstand, schade, afschrijving, financiering en de uiteindelijke restwaarde.

Pas wanneer deze opbrengsten en kosten op machineniveau bij elkaar worden gebracht, ontstaat een betrouwbaar beeld van de winstgevendheid.

Waarom is bezettingsgraad alleen niet genoeg?

Bezettingsgraad laat zien hoe vaak een machine wordt gebruikt. Het laat niet zien wat die inzet kost of welke marge uiteindelijk overblijft.

Een object kan vrijwel continu zijn verhuurd, maar toch beperkt bijdragen aan het resultaat. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer het tarief te laag is, onderhoudskosten oplopen, transport niet volledig wordt doorberekend of de machine regelmatig onverwacht uitvalt.

Een hoge utilization kan daardoor een financieel probleem verbergen.

Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Een machine met een iets lagere bezettingsgraad kan aantrekkelijker zijn wanneer de marge per inzet gezond is, onderhoudskosten beheersbaar blijven en het object zijn waarde goed behoudt.

De meest gebruikte machine is dus niet automatisch de meest winstgevende.

Hoe kunnen twee machines met dezelfde bezettingsgraad toch verschillend presteren?

Neem twee vergelijkbare machines die allebei 75 procent bezet zijn.

Machine A draait betrouwbaar, vraagt weinig ongepland onderhoud en kan efficiënt worden ingezet en vervoerd. De contractvoorwaarden zijn gezond en de verwachte restwaarde blijft sterk.

Machine B genereert ongeveer dezelfde verhuuromzet, maar heeft regelmatig technische problemen. Er zijn vaker extra onderdelen en spoedtransport nodig en tussen twee verhuurperiodes staat de machine langer stil. Bovendien is het afgesproken tarief onvoldoende om deze extra kosten op te vangen.

Wanneer alleen naar bezettingsgraad of omzet wordt gekeken, lijken beide machines goed te presteren.

Wanneer alle relevante kosten worden meegenomen, kan Machine B aanzienlijk minder winstgevend zijn. Ondanks dezelfde bezettingsgraad kan deze zelfs een negatieve bijdrage leveren.

Welke informatie is nodig om rendement per machine te bepalen?

Een betrouwbaar rendementsbeeld vraagt om meer dan alleen omzet en bezetting.

Ook onderhouds- en reparatiekosten, gebruikte onderdelen, geplande en ongeplande stilstand, transport, retourkosten, contractvoorwaarden, financiering en restwaarde moeten worden meegenomen.

In de praktijk is deze informatie vaak verdeeld over meerdere afdelingen. Verhuur ziet de bezetting en contractwaarde. Service registreert werkzaamheden en uren. Het magazijn verwerkt onderdelen. Finance beheert kosten, afschrijving en facturatie. Transport wordt mogelijk afzonderlijk gepland en geboekt.

Wanneer deze informatie niet rond hetzelfde asset wordt samengebracht, wordt het rendement al snel beoordeeld op basis van gemiddelden en aannames.

Dat kan leiden tot verkeerde conclusies. Een machinegroep lijkt bijvoorbeeld goed te draaien, terwijl enkele objecten binnen die groep structureel marge verliezen.

Welke beslissingen worden beter met inzicht in equipment profitability?

Inzicht in rendement per machine helpt management om gerichter te sturen.

Het wordt bijvoorbeeld duidelijk welke machines structureel goed presteren, welke objecten steeds duurder worden in onderhoud en waar verhuurtarieven onvoldoende aansluiten op de werkelijke kosten.

Ook investerings- en vervangingsbeslissingen kunnen beter worden onderbouwd. Een ouder object hoeft niet automatisch te worden vervangen wanneer het betrouwbaar blijft en nog voldoende rendement oplevert. Een relatief nieuwe machine kan juist tegenvallen door storingen, lage vraag of hoge operationele kosten.

De relevante vraag is daarom niet alleen hoe oud een machine is.

De betere vraag is:

Levert deze machine naar verwachting meer op dan zij gedurende haar resterende levensduur kost?

Daarvoor moeten historische prestaties worden gecombineerd met verwachte inzet, onderhoudskosten, operationeel risico en restwaarde.

Van losse cijfers naar één beeld per asset

De winstgevendheid van equipment ontstaat niet binnen één afdeling.

Verhuur genereert omzet. Service en onderdelen beïnvloeden beschikbaarheid en kosten. Contracten bepalen wat kan worden doorberekend. Finance verwerkt afschrijving, financiering en resultaat. De uiteindelijke verkoop bepaalt mede het totale rendement.

Dysel’s Equipment Life Cycle (ELC28), gebouwd op Microsoft Dynamics 365 Business Central, brengt deze informatie samen rond het individuele equipment, waardoor branchespecifieke processen onderdeel worden van één centrale bedrijfsomgeving.

Verhuurcontracten en opbrengsten, servicewerkorders, geregistreerde uren, gebruikte onderdelen, stilstand, contractafspraken en financiële boekingen kunnen zo aan hetzelfde asset worden gekoppeld. Daardoor ontstaat per machine een samenhangend beeld van wat zij oplevert, wat zij kost en hoe haar prestaties zich gedurende de levenscyclus ontwikkelen.

Equipmentbedrijven kunnen dan niet alleen zien hoe vaak een machine wordt ingezet, maar ook welke marge overblijft en welke factoren dat resultaat beïnvloeden.

Krijg inzicht in het werkelijke rendement van uw equipment

Een hoge bezettingsgraad is positief, maar vertelt niet hoeveel waarde een machine werkelijk creëert.

Daarvoor moeten opbrengsten, onderhoudskosten, onderdelen, stilstand, contractvoorwaarden en restwaarde rond dezelfde asset samenkomen.

Dysel’s Equipment Life Cycle (ELC28) software helpt equipmentbedrijven om deze informatie binnen één proces inzichtelijk te maken. Daardoor kunt u gerichter sturen op rendement, onderhoudskosten, tarieven, investeringen en het juiste moment voor vervanging of verkoop.

Wilt u weten hoe u het rendement per machine beter inzichtelijk kunt maken? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.